top of page
logo

De geheimhoudingsplicht: het fundament van vertrouwen tussen advocaat en cliënt

Foto van schrijver: mr. L.I. (Laura) Veenstra
mr. L.I. (Laura) Veenstra
21 aug
2 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 26 aug


Een verdachte kan alleen open zijn tegen zijn advocaat als hij zeker weet dat wat hij vertelt nergens anders terechtkomt, niet bij het Openbaar Ministerie, niet bij de rechter, niet bij wie dan ook. Die zekerheid heet de geheimhoudingsplicht, en zij is geen vrijblijvende gedragsregel maar een wettelijke verplichting.

De basis staat in de Advocatenwet:

"Voor zover niet bij wet anders is bepaald, is de advocaat ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn beroepsuitoefening als zodanig kennis neemt tot geheimhouding verplicht."

Deze plicht geldt niet alleen voor mij, maar ook voor mijn kantoorgenoten en medewerkers, en zij houdt niet op zodra een zaak is afgerond: de geheimhoudingsplicht blijft voortbestaan na beëindiging van de beroepsuitoefening of de betrekking waarin de werkzaamheden zijn verricht.

Het verschoningsrecht: de andere kant van de medaille

Wat ik weet, mag ik niet alleen niet delen, ik mag er ook niet over worden verhoord. Dat volgt uit het verschoningsrecht in het Wetboek van Strafvordering: van het geven van getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen kunnen zich ook verschonen zij die uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt tot geheimhouding verplicht zijn, doch alleen omtrent hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd. Zelfs als de rechter-commissaris of de rechtbank mij zou willen dwingen te vertellen wat mijn cliënt mij heeft toevertrouwd, mag en moet ik dat weigeren.

Waarom dit zo zwaar telt in strafzaken

In het strafrecht is deze bescherming niet alleen een privilege van de advocaat, maar een voorwaarde voor een eerlijk proces. Alleen met een absolute garantie van vertrouwelijkheid kan ik het volledige verhaal horen, de zwakke en de sterke punten van een dossier beoordelen, en een verdedigingsstrategie bepalen die op de werkelijke feiten is gebaseerd, in plaats van op een halve waarheid.

Grenzen aan de geheimhoudingsplicht

De geheimhoudingsplicht is niet absoluut. Zij wijkt wanneer de wet mij tot mededeling verplicht, en de deken van de orde van advocaten houdt toezicht op de naleving van mijn beroepsuitoefening, ook al ben ik daarbij in beginsel niet aan mijn geheimhoudingsplicht gehouden ten opzichte van de deken zelf. Dat toezicht kent overigens weer zijn eigen geheimhoudingsplicht: in dat geval geldt voor de deken alsmede voor de door hem ten behoeve van de uitoefening van het toezicht ingeschakelde medewerkers, personeel en andere personen een geheimhoudingsplicht, gelijk aan die bedoeld in artikel 11a.

Vertrouwen is niet iets wat ik aan mijn cliënten beloof. Het is wettelijk gewaarborgd, en ik bewaak het net zo streng als ik hun verdediging bewaak.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page